6. Droom - Archetypen

1) WAT ZIJN ARCHETYPEN?

zie ook pagina / Dromen Analyse & Duiding / OMGAAN MET DROMEN/ 2) De Droomwereld

Archetypen: C.G.Jung stelde dat archetypen de neiging of het instinctieve streven in het onbewuste van de mens is om bepaalde motieven of thema's voor te stellen. Het zijn "mythologische motieven" die uit het collectieve onbewuste opduiken en in mythen en dromen steeds opnieuw symbolische vorm aannemen.

Hillman noemt ze "de diepste patronen van het psychisch functioneren", ze zijn de wortels van de ziel en bepalen het perspectief dat we op onszelf en de wereld hebben; het zijn de axiomatische, evidente beelden waar het psychisch leven en onze psychologische theorieën steeds weer op uitkomen.

Archetypen zijn dus beelden, gedragsmogelijkheden, een aanleg om op een bepaalde manier te reageren op de omstandigheden die we in het leven tegenkomen.

Een andere omschrijving: archetypen betreffen bepaalde overgeërfde manieren van reageren, die de mensheid sedert de oertijd heeft opgebouwd in situaties van angst, gevaar, strijd, de verhouding der geslachten, de houding ten opzichte van geboorte en dood. Het is een “oer-oud” weten omtrent de diepste relaties tussen “God”, de mens, het leven en de kosmos.


Archetypen vormen de bodem van ons collectieve onbewuste, en worden in de verschillende culturen symbolisch uitgedrukt in godsdiensten, volksverhalen, mythen, sprookjes. Je zou dus kunnen zeggen: religie is een symbolische uitdrukkingsvorm van archetypen. Er zijn archetypen met positieve krachten en met negatief lijkende krachten; echter: archetypen zijn gedragsmogelijkheden, en zijn niet in zichzelf goed of fout.


- De gedachte van Jung is dat al deze symbolen en beelden niet los van mensen ergens in boeken, sprookjes, verhalen, of ergens ver weg in een hemel bestaan, maar dat ze door overerving collectief in ons aanwezig zijn. Het zijn eigenschappen van mensen, gedragsmogelijkheden die we kunnen ontwikkelen. Zo hebben we allemaal ‘de oude wijze’ in ons, evenals het onschuldige kind, maar ook de heks. De archetypen in ons collectief onbewuste helpen ons de situaties waar we voor staan het hoofd te bieden. Zo beschikken we over een breed scala aan gedragsmogelijkheden. Het is van belang er gepast gebruik van te maken.

Vanuit opgebouwde patronen, normering, leefomstandigheden, enz. (in combinatie met de unieke eigenheid) komen heel wat mensen tot een (dwangmatige) levenshouding van altijd vriendelijk, meegaand te zijn; en wat ze echt willen zeggen wordt langdurig onderdrukt. Het heksenarchetype kan ons dan helpen bevrijden van dat “altijd- aardig- moeten- zijn- gedrag” door ook je boosheid toe te laten en te uiten. Niet om altijd een echte heks te zijn, maar om, als je boos bent, dat ook eerlijk naar buiten toe te uiten. (kenbaar maken) Als je dat niet doet krop jij je boosheid op en komt dat altijd op een andere manier naar buiten. Dus: de heks is een archetype, dat we hebben meegekregen via de erfelijke overdracht; het is een gedragsmogelijkheid, die voor ieder mens van belang is, en die we kunnen integreren in ons mens-zijn.

In de Tarot-kaarten zijn de kaarten van de Grote Arcana voorbeelden van archetypische beelden.

- Archetypen hebben uiteenlopende invloeden op ons bewuste leven. Ze hebben deels een ondersteunende werking, zoals instincten bij dieren.
Droomarchetypen zijn essentieel voor het vinden van ons "ware zelf". Door in dromen naar archetypen te zoeken en ze te leren herkennen, kunnen we bruggen bouwen naar het onbewuste deel van onze geest. 

- Als onze droom ons confronteert met elementen die rationeel gezien in het dagelijks leven onmogelijk zijn en ons leiden naar "de werelden van mythe en magie", dan zijn we de wereld  van de archetypen binnengegaan. Op het moment dat we ons in - een voortdurend van vorm veranderende wereld bevinden, waarin dieren praten, mensen zonder kwetsuur na een dodelijke verwonding opstaan, vreemdelingen door gesloten deuren binnenkomen en bomen zich in schone vrouwen vertakken - weten we dat we contact hebben met archetypische krachten.

De beelden uit het collectieve onbewuste komen volgens Jung vooral naar voren op momenten dat je leven aan sterke veranderingen onderhevig is of bij de overgang van de ene levensperiode naar de andere. Denk aan de overgang van de puberteit naar de volwassenheid. Het is, zo stelt Jung, ieders levensopgave op de oerbeelden in ons bewustzijn en vervolgens ons dagelijkse leven te integreren. Dit proces gaat gedurende ons hele leven verder en wordt door Jung individuatie genoemd. Het is een vaak fascinerende ontdekkingsreis door je innerlijk en die je helpt zin te geven aan je bestaan. (Jung’s eigen leven vormt een voorbeeld van deze reis) Deze reis is vooral ook zinvol omdat in je dromen behoeften en emoties naar voren komen die je overdag niet zo aan de orde laat komen. Dromen hebben daarmee een compenserende functie. In je dromen kun je te maken krijgen met louche figuren, met junks, dieven of prostituees. Vaak figuren waar je maar liever een blokje voor om loopt (of juist weer niet). En daarmee doe je jezelf in zekere zin tekort. De ontmoeting met 'de schaduw' kan je leven heel wat verrijken en kleur geven. Het accepteren van die kanten van jezelf die je liever niet aan anderen zou willen laten zien, verruimt uiteindelijk je mogelijkheden.
(vb: Een wat jachtige, bijzonder ambitieuze jonge vrouw droomt bijvoorbeeld dat ze in een spiegel kijkt. Daarin ontwaart ze niet haar eigen vertrouwde zelf, maar een onuitsprekelijk slonzig oud vrouwtje. Toen deze vrouw met deze droom aan het werk ging, probeerde ze ontmoeting tussen dat oude vrouwtje en zichzelf tot stand te brengen. En dat lukte. In de fantasie van de droomster zag ze zichzelf samen met dat vrouwtje op een bankje in het park zitten. Samen voeren ze de eendjes. Er blijkt nu een grote rust van dit vrouwtje uit te gaan. Precies de rust die ze op dat moment in haar leven zo mist.)
Dus de ontmoeting met dit deel van de schaduw geeft je datgene wat je zeer nodig hebt om tot volheid van leven te komen. Dromen compenseren ook nog op een andere manier. Aan de basis van onze identiteit ligt onder andere het vrouw- of man- zijn. Dit gaat vaak ten koste van onze andere kant: bij vrouwen ten koste van hun mannelijke kant en bij mannen is het omgekeerde het geval. (zie ook bij droomtheorie) En ook deze kant kan juist in dromen naar voren komen. In dromen van vrouwen zien we de animus naar voren komen, die vooral heeft te maken met denken en creativiteit. De animafiguur in dromen van mannen is de belichaming van hun gevoelsleven.

Figuren als de schaduw, de animus en anima, kunnen beschouwd worden als op zichzelf staande persoonlijkheden. Persoonlijkheden waarmee we ook in gesprek zouden kunnen gaan. Zo'n dialoog kan de dromer in direct contact brengen met tot nog toe versluierde aspecten van zijn persoonlijkheid.

Volgens Jung kunnen dromen begrepen worden door te kijken naar overeenkomsten met thema's uit sprookjes en mythen. Het zijn immers dezelfde archetypen die zowel aan dromen als aan sprookjes en mythen ten grondslag liggen. Nadeel van deze methode is wèl dat de duidingen indirect kunnen zijn, d.w.z. niet altijd zonder meer aansluiten bij de ervaring van de dromer zelf.

2) INDELING EN OMSCHRIJVING VAN DE ARCHETYPEN  (14 beeld typen)

1. ANIMA: het vrouwelijke in de man, zich voordoend als een vrouw in de droom van een man. De Anima staat voor "vrouwelijke" kwaliteiten zoals stemmingen, reacties en impulsen in de man. 


 2. ANIMUS: het mannelijke in de vrouw, zich voordoend als een man in de droom van een vrouw. De Animus staat voor "mannelijke" kwaliteiten zoals verplichting, opvatting en inspiratie in de vrouw.

 

- De Anima en Animus fungeren als het "niet-ik" in het zelf, als de zielengidsen naar de uitgestrekte gebieden van onze onbekende innerlijke potenties.
In de mythologie wordt de anima opgevoerd als een ongehuwde godin of bijzonder mooie dame, zoals Athena, Venus of Helena van Troje; en de animus wordt voorgesteld door nobele goden of helden, zoals Hermes, Apollo en Hercules. Als de Animus of Anima in onze dromen verschijnt in zulke verheven vormen of als een ander
indrukwekkend mannelijk of vrouwelijk personage betekent dat in regel dat we het mannelijke en het vrouwelijke in onszelf moeten verenigen. Laten we dit na dan zullen we doorgaans deze archetypen buiten onszelf projecteren en naar de ideale minnaar zoeken of niet realistische kwaliteiten aan partners of vrienden toeschrijven.

- Laten we deze archetypen ons onbewuste leven overweldigen, dan kan een man overdreven sentimenteel en overgevoelig worden en een vrouw koppig en meedogenloos. Zodra echter het individuatieproces in gang is gezet, fungeren de archetypen als gidsen die de dromer steeds verder voeren in de wereld van zijn innerlijke mogelijkheden. 


3. DE OUDE WIJZE: een symbool van een oerbron van groei en vitaliteit, die kan genezen of vernietigen, aantrekken of afstoten.
In dromen kan dit archetype verschijnen in de gedaante van een magiër, arts, professor, priester, leraar, vader of een andere gezaghebbende figuur en door zijn aanwezigheid of leer het besef doen ontwaken dat hogere bewustzijnsniveaus binnen de greep van de dromer liggen.


4. CHRISTUS: hoewel men Christus doorgaans als een historische figuur ziet, is hij in dromen heel iets anders. Hij vertegenwoordigt een belangrijk proces in het onbewuste van de mens.
In het westen noemen we dit proces of archetype Christus, maar het is universeel en heeft in de verschillende culturen uiteenlopende namen. Soms neemt het in dromen de gedaante van een vis of een grote man aan.
In het algemeen drukt dit beeld het potentieel van de dromer uit -wat deze in het leven kan worden. Ook beeldt het zoiets uit als een gevoel van de krachten van symbiose; van gezamenlijke activiteit in het menselijk leven en in het heelal.


5. DE PERSONA: de Persona is de manier waarop we ons aan de buitenwereld tonen, het masker dat we opzetten om in het wakende leven te kunnen functioneren. Op zich nuttig en niet pathologisch, wordt de Persona gevaarlijk als we ons er te sterk mee identificeren en beginnen te zien als ons werkelijke zelf. De Persona kan dan in onze dromen de gedaante aannemen van een vogelverschrikker of zwerver, een desolaat landschap of sociale verbanning.
Ziet men zichzelf in een droom naakt dan kan dit duiden op verlies van de Persona.


6. HET GODDELIJK KIND: dit is één van de sterkste archetypische symbolen; het staat voor perfectie, wedergeboorte en de onschuld van de oerwijsheid. In vele spirituele tradities wordt het Goddelijk Kind geassocieerd met een maagdelijke geboorte (een geboorte ontbloot van de erfzonde of enige karmische last) en kan symbool zijn voor de spirituele potentie van de dromer die altijd -onder het geploeter van al die wereldse bezigheden- aanwezig is. 
Het Goddelijk Kind is het archetype van de regeneratieve kracht die ons naar individuatie leidt; "als een klein kind worden" heet dat in het evangelie. (het kind dat met een diep heelheids-gevoel op de aarde komt), het Goddelijk Kind is daarom symbool van ons ware zelf, de totaliteit van ons wezen. Het is als het ware het tegengewicht voor het beperkte en beperkende ego dat (in Jungs woorden) "slechts een beetje bewustzijn is dat drijft op een oceaan van -verborgen- inhouden." 
In dromen verschijnt het Goddelijk Kind gewoonlijk als baby of zuigeling, onschuldig en kwetsbaar; ongerept en begenadigd met een enorme transformatiekracht. Contact met het Goddelijk Kind kan ons losmaken van het gevoel van persoonlijke verheffing waar het ego zo aan hecht en ons duidelijk maken hoe ver we afgedwaald zijn van wat we ooit waren en wensten te zijn.


7. HELD / HELDIN: kan verschijnen in de gedaante van Christus, Athene, Krisna,... Superman, een grote jager of een moderne TV- of filmheld. Wij zijn de held(in) van ons eigen leven. Wij trotseren grote gevaren, vechten met monsters, ondergaan de beproevingen van initiaties. In het verhaal waarvan wijzelf de held zijn draait alles om de evolutie van onze identiteit, vanaf de diepste lagen van het onbewuste in het fysieke proces van de conceptie tot aan de ontwikkeling van zelfbewustzijn als volwassene.
Het wordt symbolisch verteld in alle "heilige" boeken: de geboorte van het heilige kind; de schepping van de wereld (ons bewustzijn); de reizen van Mozes;... al die verhalen hebben betrekking op de zwaarte van het bestaan en de middelen die we daarvoor aanwenden; deze verhalen hebben betrekking op de kunst zich staande te houden te midden van de veelheid van krachten die op onze menselijke psyche inwerken.


8. HET ZELF: ons bewuste zelf of ego vormt maar een klein deel van onze totaliteit. (zoals duidelijk wordt als we bedenken hoe weinig van onze herinnering of ervaring we tegelijkertijd kunnen bevatten) Het zelf (Jung) is zowel datgene waarvan we ons bewust zijn, als het enorme potentieel dat onbewust blijft. De grenzen van het zelf zijn onbekend, want we weten nog niet tot hoever het kunnen van de geest reikt, of waaraan het bewustzijn in de waaktoestand ongemerkt raakt.
Symbolen: een ring, een vierkant, een hoge boom, Christus, een lichtgevend wezen, een sprekend dier, een bijzondere steen of rots, het kruis of een mandala, een ronde tafel, God, een goeroe, een olifant, een gekroonde of lichtgevende slang.

Het is van belang ons te realiseren wat het zelf inhoudt. Het bevat alles wat wij persoonlijk aan wijsheid en inzicht omtrent het leven bezitten. Het is niet vol credo's en dogma's en conflicten, zoals georganiseerde pogingen om het geestelijke uit te drukken. Het heeft echter ook  (hoe kan het anders)  een schaduwzijde. We moeten over een heldere, rationele geest beschikken, die ruimte biedt aan intuïtie en gevoel, maar zich niet verliest in de enorme uitgestrektheid van het zelf. Als we aan de onmetelijkheid van ons wezen raken, kunnen we ons onmetelijk, alwetend, als een goeroe voelen. (vervloeiing)  In die toestand (volgens Jung) verliest men alle gevoel voor humor en alle gewone menselijke contacten.


9. DOOD en WEDERGEBOORTE: als symbolen van de dood (of de angst hiervoor) gelden: zonsondergang; avond; het oversteken van -of het vallen in- een rivier; een geraamte; grommende honden; slaap; verdoving en verdovende middelen; grafzerken; kerkhof; duisternis of iets zwarts; schoppenaas; een gevallen spiegel; een stilstaande klok; een getrokken kies; een gapende afgrond; kille wind; vallende bladeren; een verleppende plant; een leegstaand huis; een door de bliksem getroffen boom; doodkist; zwoegende ademhaling; een dood dier in de goot; een rottend karkas; het ondergrondse; de diepte van de zee; de leegte.

Wat er na de dood is, kunnen we niet zomaar doorgronden; maar het archetype van de dood, waar het hier om gaat, betreft niet uitsluitend de lichamelijke dood. Het betreft onze waarneming ervan bij anderen; onze gedachten erover, ingegeven door onze cultuur en onze indrukken; de gevoelens die opkomen naar aanleiding van ervaringen en gedachten; de wijze waarop wij omgaan met ons eigen ouder-worden en nadering tot de dood, alsook het materiaal dat de diepere lagen van ons onbewuste daaromtrent verschaffen. Het betreft de wijze waarop we, bewust van ons persoonlijk bestaan, tov het vooruitzicht van het vergaan daarvan staan. Als we niet leren leven met wat er zich achter de obsederende beelden van de dood bevindt -die we in onze dromen tegenkomen- kunnen we nooit waarachtig en gedurfd leven; dan zijn we te zeer geobsedeerd door een dood die loert in de schaduwen van het ongeluk en het onbekende.

De symbolen van wedergeboorte zijn: de grot; een ei; het voorjaar; de boom; het kruis; de dageraad; het oprijzen uit de zee; de slang; de vogel; een zaadje; het verrijzen uit de aarde of uitwerpselen; een groene loot aan een dode tak; de feniks; de vlam; een parel; de moederschoot.

Wedergeboorte is al even moeilijk te aanvaarden als de dood, en omvat niet alleen de herinnering aan de  moeite en de inspanningen van onze eigen geboorte en groei, maar ook de uitdaging van het onbekende, het duistere, het nieuwe dat ons wacht.


10. DE BEDRIEGER: is de archetypische antiheld, een psychische versmelting van het dierlijke en het goddelijke. Soms gezien als een aspect van de schaduw verschijnt de bedrieger in dromen als een clown of grapjas,  die met zichzelf spot en tegelijkertijd de draak steekt met de pretenties van het ego en zijn archetypische projectie, de persona. De bedrieger is als de schaduw ook een symbool van verandering : hij is niet te vernietigen, verandert voortdurend van vorm en verdwijnt en verschijnt naar believen. Hij duikt meestal op als het ego zich in een gevaarlijke situatie van eigen makelij bevindt door ijdelheid, te hoog gegrepen ambities of een onjuist oordeel. (Hij is ongetemd, amoreel en anarchistisch)


11. DE DUIVEL: meestal verdrongen natuurlijke aandriften, met name seksuele gevoelens. Het is het ongedane in ons leven. Elke gedragscode, of we die nu van een ouderfiguur of van onze gelijken overnemen, laat bepaalde aspecten van ons zelf ongedaan. Het vechten tegen vaderlijk gezag of krachten in onszelf wordt vaak als de duivel voorgesteld.
Als we onze gedragcode veranderen kunnen we de duivel tegenkomen, doordat we het nog ongedane bij ons zelf deblokkeren.
(De duivel voorgesteld als Pan: idem, behalve dat Pan erop duidt dat we ons overgeven aan onze natuurlijke neigingen.)


12. DE GROTE MOEDER: Het beeld van de Grote Moeder speelt een belangrijke rol in onze psychologische en spirituele ontwikkeling. Dat dit beeld zo vaak terugkeert in dromen, mythen en godsdiensten heeft niet alleen met ieders ervaringen als kind te maken, maar ook met de aard van dit archetype dat enerzijds koestert en de groei en vruchtbaarheid bevordert en anderzijds domineert, verslindt, verleid en op bezit uit is.
Niet alleen is de energie van de Grote Moeder goddelijk, etherisch en maagdelijk maar ook chtonisch (d.i. door de aarde voortgebracht) en agrarisch. (Moeder Aarde werd en wordt aanbeden omdat ze voor de oogst zorgt.)

De grote Moeder is altijd ambivalent en een archetype van het vrouwelijke mysterie en de macht in vele vormen: haar meest verheven vorm is koningin van de hemel; haar slechtste gedaanten de Soemerische godin Lilith, de gorgoon Medusa of de heksen en feeksen uit mythen.
Andere symbolen zijn: de maagd Maria; soms onze eigen moeder; een oude of leeftijdloze vrouw; de aarde; een blauwe grot; de zee; een walvis; een hol. Wat voor beeld er ook verschijnt, het bevat meestal een sterke religieuze lading of een geestelijke verheffing.

De symbolen van de Grote Moeder houden ons besef in, zelfs onbewust, van de natuurkrachten die in ons werkzaam zijn.  Die krachten, vaak voorgesteld in de gedaante van een mooie, dansende of wenkende vrouw, zijn wonderbaarlijk maar gevaarlijk.  De dans van de natuur is onbewust. Als we haar in de weg staan zullen we door haar vertrapt worden terwijl ze in haar pracht voortdanst. Om dit aspect van onszelf onder ogen te zien, moeten we bewonderend maar ook vindingrijk te werk gaan. Voor een man kan het gevaar dreigen dat hij zich verliest in het verlangen -naar alle vrouwen of -naar één vrouw;  voor een vrouw dat zij een geestelijke hoer wordt, die denkt dat zij alles via haar schoot overeind kan krijgen.


(Voor Freud was de symbolische droommoeder eerder een beeld van de relatie van de dromer met zijn moeder. Freud geloofde dat de gedroomde vrouw of man voor de vader of moeder van de dromer stonden en symbolisch was voor aspecten van het Oedipus- en Electracomplex.
In de Griekse mythe wist Oedipus niet wat hij deed en vermoordde zijn vader en huwde zijn moeder; Freud zag dit symbolisch voor het vroege seksuele verlangen van de man naar de moeder en jaloezie tov de vader. Elektra verlangde naar haar vader en was jaloers op haar moeder.)


13. DE VADER - de symbolen zijn: God of een Godheid; een reus; een tiran; de beul;  de duivel en vader zelf natuurlijk. Soms ook een koning.
Een kind is als een opgroeiende plant. Het neemt een hoop materiaal van buiten in zich op, dat op verschillende niveaus invloed heeft. Een kind neemt onbewust hetzij de vader, hetzij de moeder als voornaamste vb. voor het structureren van zijn gedrag en zijn doeleinden. Ook uitgestrekte gebieden van ons diepste ik bewegen rond vader en moeder; zelfs als de vader afwezig is drukt hij een zware stempel op dit archetypische gebied.
In dromen is onze vader dan ook meestal het hele complex van gewoonten en trekken, dat voortkomt uit onze ervaring -of het ontbreken daarvan- met onze vader. De vaderfiguur is ook de oorsprong van alle gezag en kracht in ons leven. Daarom beeldt hij ook onze verhouding tot andermans gezag of macht uit. (worsteling met de vader of poging hem te kalmeren kan laten zien hoe we tov gezag staan.)
Het zelf van onze baby- of kindertijd kende geen beperkingen en gaf, in zijn verhouding tot de vader, blijk van neigingen die we als volwassenen maar moeilijk kunnen geloven of aanvaarden. In onze dromen laten we deze neigingen regelmatig de vrije loop.


vadermoord:
uitdrukking van angst; hem uitschakelen als rivaal ten opzichte van de moeder; zich de mogelijkheid verschaffen zelf beslissingen te nemen en onafhankelijk te zijn. Op zeker moment moeten we de vader in ons doden om ons alle kracht die we aan de ervaring met hem kunnen ontlenen, toe te eigenen en zelfstandig te worden.

seks met vader: voor een VROUW een vervulling van de kinderwens om te bezitten; voor een MAN de wens zijn liefde te ontvangen; de vader zal zijn liefde niet altijd duidelijk laten blijken, en het kind zoekt (wanhopig) naar een bevestiging ervan.

de vader begraven: waarschijnlijk hetzelfde als vadermoord; ofwel zijn dood en de eigen onafhankelijkheid onder ogen zien.


14. DE SCHADUW - de symbolen zijn: een schimmige figuur, vaak van hetzelfde geslacht als de dromer; een zombie of levende dode; een duistere gedaante; een onzichtbaar "ding"; iets of iemand waar we ons onbehaaglijk bij voelen of wat/die ons een zekere afschuw inboezemt; wat in een droom achter ons is; alles wat duister of bedreigend is.
De schaduw is al wat we in onszelf verwerpen en niet in ons leven toelaten. (Het komt er op aan de schaduw te aanvaarden en te integreren, ook hier zal dit proces minder moeilijk verlopen als we komen tot het niet - oordelen.)
We kunnen zo'n afkeer hebben van bepaalde aspecten van onze natuur dat we ze niet eens zien, behalve bij anderen, en ze ook bij anderen bekritiseren. Dat kan zowel op individueel als op collectief (nationaal) niveau gebeuren. (De nazi's projecteerden alle problemen op de Joden; de Amerikanen wilden de ziekten van hun eigen mtschij niet zien en keken alleen naar de Russen; enz.)
Zo'n houding is op het eerste zicht gemakkelijker dan naar zijn eigen schaduw te kijken.
De eigenschappen die men bij anderen verfoeit, geven een vrij duidelijk beeld van wat men bij zichzelf verdringt. Als we in onze dromen de schaduw tegenkomen worden we met onze eigen werkelijkheid geconfronteerd, waardoor we dan weer een meer realistische kijk op de wereld krijgen. We kunnen de schaduw dus ontmoeten.