Homepage » Waarachtige Werkelijkheid » 2.1 d) Het Lemniscaat principe

2.1 d. Het Lemniscaat principe.

Het lemniscaat teken staat als symbool voor het oneindige, de eeuwigheid. Niemand zal er nog aan twijfelen dat het heelal een niet te vatten dimensie heeft, namelijk de oneindigheid. Dit weten kan ons helpen om in voeling te komen met het begrip 'eeuwigheid'. Het is een vergelijkbaar iets.
De lemniscaat verwijst echter ook naar een aantal gegevens die dichter bij ons staan.

Een eerste illustratie :  'kringloop'.
Om te beginnen ons dag en nacht ritme; dagbewustzijn en nachtbewustzijn; ons bewuste en ons onbewuste. Waar bevinden we ons eigenlijk tijdens onze slaap, tijdens onze dromen ? De wetenschap is zodanig geëvolueerd dat dergelijke fenomenen zeer juist en volledig verklaart en uitgelegd kunnen worden. Maar missen we niet iets wanneer we deze dingen uitsluitend wetenschappelijk benaderen ?  Naar mijn aanvoelen wel; de lemniscaat toont ons hoe we van dag naar nacht gaan en in een andere wereld terecht komen, en weer terug. Bij het ontwaken komen we tot activiteit, gericht, bewust, enz. voorafgegaan door een zekere planning en organisatie. Na de actie komt er een rusttijd waarin we soms heel kort, soms lang terug blikken op de voorbije dag om dan nadien helemaal te gaan rusten: slapen. Tijdens onze slaap recupereren wij; om te beginnen lichamelijk. Er is echter ook een hele slaaptijd die aan psychische verwerking van de ervaringen van de voorbije dag wordt besteed. De grotere verwerkingsmomenten hebben plaats tijdens de droomslaap. (R.E.M. slaap). Droomstudies hebben aangetoond dat heel wat dromen het individuele niveau overstijgen, en contact of aansluiting krijgen met het collectief onbewuste van de mensheid. Dit is een andere dimensie dan het dagdagelijkse, en is volgens mij niet enkel wetenschappelijk te verklaren. Dit is van dezelfde orde als datgene wat we de eeuwigheid noemen.

Een tweede illustratie is de levensloop van elke mens. (zie onderaan figuur "schema wezensloop")
Het kruispunt is onze geboorte, het eerste deel van ons leven noemen we de expansieve fase. Dit is de periode van opgroeien, verkennen en ontwikkelen, studeren, relatie - opbouw, carrière, enz. Dit gedeelte wordt hoofdzakelijk bepaald door de lijn van de prestatie. Dit wil niet zeggen dat gevoel en relatie dan onbestaand zijn. Maar ook deze 'gebieden' worden meebepaald door een prestatiedrang; waarbij de sterkte van deze invloed individueel verschillend is. Dit hele gebeuren heeft zo zijn specifieke en algemeen voorkomende crisis perioden. (crisis = keren)
Dé meest in het oogspringende is wel de puberteit. Zowat half weg het leven (een algemeen gemiddelde voor onze cultuur / op de figuur halfweg de cirkel van het linkse deel)  is er nog een opvallende crisisperiode, namelijk de levenswende; bij vorige generaties beter bekend als de 'midlife' crisis. Het expansieve begint dan af te nemen alsook de fysieke krachten, maar het innerlijke leven neemt toe. Het relationele (ook de relatie met onszelf - worden wie we werkelijk zijn) en het spirituele, krijgt meer en meer aandacht en ruimte, en kan indien men het toelaat tot echte bloei komen die daarbij een nieuw evenwicht tussen uiterlijk en innerlijk garandeert, en dus ook mede ervoor zorgt dat we gelukkig kunnen blijven; wees je leeftijd, leef je leeftijd en haal eruit wat erin zit. (zie ook: de twee levenslijnen)

 

Het kruispunt van geboorte is tevens ook het punt van sterven; sterven is eigenlijk geboren worden in de andere richting, de overgang (je kan het ook 'terug - gang' noemen) naar een andere dimensie. Daar aangekomen overlopen we het voorbije leven; is het vooropgestelde levens-project al dan niet gerealiseerd? Een eventueel volgend leven wordt - mede hier door - gepland, en een nieuw, maar tevens aansluitend project wordt uitgewerkt. Dit is een visie, een aanvoelen. We kunnen niet concreet bewijzen dat vorige, of toekomstige levens bestaan, maar we kunnen ook niet bewijzen dat ze niet bestaan! (zie ook bij KARMA)

conv-fig-wezensstroom-levensloop-resize-small.large.jpg